Mijn Bushido (武士道)
Niets is Onmogelijk - 不可能はないです
Dit motto is voor mij gevormd door mijn Budō‑activiteiten binnen de Japanse krijgskunsten: Kyokushin Karate van Masutatsu Oyama, Kobudō binnen de lijn van Hatsuo Royama, en Taiki‑Ken van Kenichi Sawai.
Deze disciplines leerden mij dat groei altijd mogelijk is, dat talent zich kan ontvouwen, en dat mensen tot bloei komen wanneer je ruimte, richting en vertrouwen biedt. Het is de basis van mijn rol als mensenmens, initiator en aanjager: iemand die talent herkent, potentieel activeert en bijdraagt aan een wereld die meetbaar beter wordt. Ruimte voor verbinding, nieuwe vaardigheden en zingeving begint voor mij altijd met het vinden van passende uitdagingen en een gezonde manier van leven. Daarin komt mijn Ikigai samen: het kruispunt van Passie, Missie, Roeping en Beroep, waarin ik werk met getalenteerde en inspirerende mensen en bijdraag aan hun groei, en daarmee aan een duurzame, betekenisvolle leefomgeving.
Je bent nooit te oud om te leren — 学ぶのに遅すぎることはありません。”
Dit motto kreeg pas later, vanaf mijn terugkeer in het Kyokushin, zijn volle betekenis. Het verwoordt mijn houding op de weg van Bushidō: een open, nieuwsgierige en lerende levenshouding. Het herinnert mij eraan dat meesterschap geen eindpunt is, maar een voortdurende beweging, een proces van blijven ontdekken, verdiepen en doorgeven.
Samen vormen deze motto’s de kern van mijn Bushidō: een levenslijn van groei, waarin Budō de rode draad is die mijn professionele, persoonlijke en spirituele ontwikkeling verbindt. Een weg waarop ik mij ontwikkel van leerling naar mentor, van uitvoerder naar denker, van kracht naar richting, op weg naar inzicht, overdracht en intellectueel meesterschap.
Mijn weg naar meesterschap ontvouwt zich in vier duidelijke perioden. Elke periode weerspiegelt een ander aspect van mijn Ikigai: de fysieke vorming, de intellectuele verdieping, de herontdekking van mijn kracht, en de huidige fase van inzicht en overdracht. Deze vier perioden vormen samen de rode draad van mijn Bushidō, een weg waarop “Niets is onmogelijk” mijn richting gaf, en waarop “Je bent nooit te oud om te leren” vanaf mijn terugkeer een nieuwe betekenis kreeg.
PERIODE I — DE FYSIEKE EN INTELLECTUELE BASIS (1980–1992)
Meesterschap door discipline, vorming en academische groei
Mijn Bushidō begon in de jaren 70, in een tijd waarin Kyokushin in Nederland nog rauw, direct en compromisloos was. Bij Budokai Hollander, onder leiding van Shihan Loek Hollander en Sensei Henny Ruberg, maakte ik kennis met een vorm van Budō die niet alleen het lichaam vormde, maar vooral het karakter. Hier leerde ik doorzettingsvermogen, discipline, eerlijkheid en verantwoordelijkheid, waarden die later de kern zouden vormen van mijn professionele en persoonlijke leven. Ik trainde intensief in Rotterdam-Centrum, Schiedam en Kralingen, en kreeg les van o.a. Peter Voogt, Jaap Oosterom, Egbert Thomas. Op zaterdag trainde ik soms mee met de Nederlandse selectie, met o.a. Eric Constantia, Antonio da Graça en Peter Smit, een generatie die Kyokushin in Nederland een gezicht gaf. In 1986 behaalde ik mijn Shodan op Papendal, samen met o.a. mijn broer Kees Kooman, Jan de Jong, Henk Gerhards, Hennie Jansens en Paul Lorist. Daarna gaf ik les bij Budokai Hontai en Budokai Hollander, waar ik mijn eerste stappen zette in overdracht en begeleiding, zonder toen te beseffen dat dit later een essentieel onderdeel van mijn Ikigai zou worden.
Maar deze periode was méér dan fysieke vorming. Parallel aan mijn Budō‑ontwikkeling bouwde ik aan mijn professionele en intellectuele fundament tijdens mijn jaren aan de Technische Universiteit Delft. Daar ontwikkelde ik mijn analytisch vermogen, mijn onderzoekende houding, mijn methodische manier van denken en mijn vermogen om complexe vraagstukken te structureren, vaardigheden die later naadloos zouden aansluiten bij mijn Budō‑filosofie. Zo werd Periode I de fase waarin lichaam en geest zich gelijktijdig ontwikkelden: Kyokushin vormde mijn karakter en discipline, de TU Delft vormde mijn denken en inzicht. Wat ik toen nog niet wist: deze dubbele basis, fysiek én intellectueel, zou later de dragende structuur worden voor mijn verdere Bushidō. Het was het begin van een levenslange weg van groei, begrip en meesterschap.
The Martial Way begins with one thousand days and is mastered after ten tousand days of training. Mas Oyama
PERIODE II — DE INTELLECTUELE VERDIEPING (1992–2015)
Meesterschap door studie, reflectie en professionele ontwikkeling
Deze periode begon met een onverwachte wending na een ongelukje in de tuin. Na een medisch onderzoek werd ik door specialisten van het Erasmus MC formeel afgekeurd voor Karate. Voor iemand die zijn identiteit mede had gevormd op de tatami was dat een harde boodschap. Maar in plaats van een einde werd het een nieuwe richting in mijn Bushidō. Waar Periode I draaide om fysieke kracht, discipline en karaktervorming, verschoof mijn weg nu naar intellectuele en professionele groei. Hoewel ik niet meer actief kon trainen, bleef Budō als levenshouding diep aanwezig. De waarden die ik in mijn eerste periode had ontwikkeld, doorzettingsvermogen, eerlijkheid, verantwoordelijkheid, focus, vormden nu het fundament voor mijn academische en professionele ontwikkeling. Tijdens mijn jaren aan de Technische Universiteit Delft leerde ik complexe vraagstukken structureren, patronen herkennen en oplossingen ontwerpen die zowel praktisch als duurzaam zijn. Deze periode legde de basis voor mijn latere rol als initiator, aanjager en ontwikkelaar van talent. Parallel aan mijn professionele groei verdiepte ik mij in Japanse cultuur, filosofie en geschiedenis. Ik bestudeerde Zen, de achtergronden van Budō, de pedagogiek van Japanse krijgskunsten en de historische context van Kyokushin. Hoewel ik niet op de tatami stond, bleef ik mij ontwikkelen binnen de geest van Budō: door te lezen, te reflecteren, te analyseren en te begrijpen. Dit was de periode waarin mijn Bushidō zich naar binnen keerde. Waar Periode I draaide om fysieke vorming, draaide Periode II om intellectuele en professionele verdieping. Ik leerde dat meesterschap niet alleen ontstaat door training van het lichaam, maar ook door training van de geest: door kennis, inzicht, reflectie en het vermogen om verbanden te leggen. Deze jaren vormden de intellectuele ruggengraat van mijn latere terugkeer in het Kyokushin. Ze gaven mij de tools om Budō niet alleen te beoefenen, maar ook te begrijpen, en uiteindelijk te kunnen overdragen. Wat ik toen nog niet wist: deze periode zou de sleutel worden tot mijn latere ontwikkeling richting inzicht, overdracht en leiderschap. Het was de fase waarin mijn Ikigai zich begon te verdiepen, en waarin mijn Bushidō zich verbreedde van fysieke kracht naar intellectuele helderheid.
When we’re young, and we have full use of our physical faculties, we make the mistake of relying on them. In a sense, real Karate training doesn’t even begin until the age of 50. Real karate training incorporates the physical, the spiritual, and the mental. Real karate training incorporates an understanding of Chi. Hatsuo Royama
PERIODE III — DE WEG TERUG (2015–2018)
Meesterschap door herontdekking, verbinding en fysieke verfijning (2e Dan)
De weg terug naar Kyokushin begon niet bij mijzelf, maar bij mijn dochter Fleur. Zij had de verhalen gehoord over hoe ik haar moeder Marijke ontmoette, in de les bij Budokai Hollander, en wilde samen met mij dat pad verkennen. Haar vraag raakte iets wat diep in mij lag, maar dat ik jarenlang had weggestopt. Niet uit onwil, maar omdat ik ooit door specialisten van het Erasmus MC formeel was afgekeurd voor Karate. Voordat ik überhaupt een stap op de tatami durfde te zetten, wilde ik eerst opnieuw duidelijkheid. Ik onderging een uitgebreid medisch traject bij het Erasmus MC. De uitkomst was genuanceerd: ik kreeg groen licht, maar met restricties, bepaalde oefeningen mocht ik niet meer doen. Het was geen volledige vrijbrief, maar het was genoeg om een deur op een kier te zetten. Toen kwam de volgende drempel: mijn leeftijd. Ik was geen twintiger meer, geen vechter, geen jonge Shodan. Twijfel en realisme vochten om voorrang. Maar uiteindelijk won mijn Budō‑mentaliteit: het vermogen om niet op te geven, om door te zetten, om mogelijkheden te zien waar anderen beperkingen zien.
En zo ontstond mijn tweede motto — niet als wijsheid van een ander, maar als innerlijke overtuiging:
Je bent nooit te oud om te leren — 学ぶのに遅すぎることはありません。
Dit werd voor mij werkelijkheid. Ik ontdekte dat fysieke training op latere leeftijd niet minder is, maar anders: bewuster, preciezer, dieper. Waar ik vroeger op kracht en uithaoudingsvermogen vertrouwde, leerde ik nu vertrouwen op structuur, techniek en inzicht. Periode III werd daarmee de fase van herontdekking, verbinding en verfijning. Een periode die begon bij mijn dochter, werd gedragen door mijn Budō‑mentaliteit, en eindigde in een nieuwe vorm van meesterschap. Het was geen terugkeer naar het verleden, maar een stap vooruit naar mijn huidige weg van inzicht, overdracht en leiderschap. Met dat motto als richting stapte ik opnieuw de dojo binnen. Via Vlado Haljer, mijn oud‑collega met wie ik destijds lesgaf bij Hollander, vond ik aansluiting bij Katsu Heiwa (KIKO, Hatsuo Royama). Het voelde vertrouwd, maar tegelijk nieuw: ik keerde niet terug naar wie ik was, maar naar wie ik kon worden. Vanaf 2016 trainde ik ook intensief bij Jan Vleesenbeek, een leraar die de essentie van het Budo in Kyokushin begrijpt: kracht én techniek, traditie én vernieuwing, hardheid én inzicht. Hier vond ik opnieuw mijn ritme, mijn vorm en mijn richting.
In de maanden voorafgaand aan het Spring Camp 2017 in Kroatië verhoogde ik de intensiteit van mijn training, soms twee keer per dag. Samen met o.a. Wout van Loon, Barry Hofland en Wilco Hazeleger reisde ik naar Samobor, waar we zes dagen lang een zwaar programma doorliepen. Niet om te bewijzen dat ik het nog kon, maar om te laten zien dat toewijding, inzet en doorzettingsvermogen tijdloos zijn. Op 28 april 2017 behaalde ik mijn 2e Dan Kyokushin.
Yet, when we’re young, we take our physical ability so much for granted that it’s hard to for us to even be aware of those other forces. You should not worry! Your training is just beginning! The physical side might diminish, but concentrate on health, the spiritual side, and Chi. You might not be able to train like you did when you were 30, but you’re not meant to. You can be far stronger beyond 50 than you ever were when you were 30. Hatsuo Royama
PERIODE IV — INZICHT, OVERDRACHT EN LEIDERSCHAP (2018–heden)
Meesterschap door begrip, verantwoordelijkheid en het ontwikkelen van anderen (3e Dan)
Na mijn herontdekking van Kyokushin begon een nieuwe fase, een fase waarin mijn Bushidō zich verplaatste van zelfontwikkeling naar overdracht, inzicht en leiderschap. In deze periode kwamen mijn fysieke basis, mijn intellectuele ontwikkeling en mijn Budō‑mentaliteit samen in een nieuwe vorm van meesterschap. Vanaf 2018 trainde ik intensief onder Shihan Jan Vleesenbeek, waar ik mijn technische en pedagogische vaardigheden verder verfijnde. Parallel daaraan verdiepte ik mij in Taiki‑Ken onder Renshi Jan Kallenbach, waar ik de interne principes leerde: structuur, ontspanning, Ki‑sturing, balans en intentie. Kyokushin gaf mij de vorm; Taiki‑Ken gaf mij de inhoud. Samen vormden zij de basis voor mijn groei richting inzicht en overdracht. In 2021 behaalde ik mijn 3e Dan, onder auspiciën van Shihan Jan Vleesenbeek, Shihan Roiz, Sensei Sanches en Shihan Jan de Jong. Deze graad voelde minder als een prestatie en meer als een erkenning van inzicht, ervaring en pedagogische rijpheid.
Een onverwachte wending: verantwoordelijkheid en vriendschap (2024–2025)
In de zomer van 2024 kreeg mijn oude trainingsmaatje Jan de Jong, met wie ik in 1986 samen Shodan deed, een herseninfarct. Hij en zijn dochter deden een beroep op mij om het Kyokushin‑gedeelte van zijn dojo tijdelijk waar te nemen tijdens zijn herstel. Het was geen vraag waar je over nadenkt. Het was een kwestie van loyaliteit, vriendschap en Budō‑verantwoordelijkheid. Gedurende de eerste zes maanden nam ik het lesprogramma’s voor mijn rekening, de begeleiding van de zwarte banden en de inhoudelijke structuur van de trainingen. Toen Jan begin 2025 voorzichtig terugkeerde, begeleidde ik hem nog enkele maanden in de overgang, zodat hij zijn dojo weer in eigen ritme kon oppakken. Pas in de zomer van 2025 keerde ik terug naar Budokai Vleesenbeek, waar ik mijn eigen ontwikkeling verder voortzette. Deze periode leerde mij dat leiderschap in Budō niet gaat over positie of graad, maar over verantwoordelijkheid nemen wanneer het nodig is.
Belofte aan Jan Kallenbach waarmaken: onderzoek naar het oorspronkelijke curriculum van Mas Oyama (2026)
Parallel aan deze fase kwam een diepere wens in vervulling. Voor zijn overlijden in 2021 vroeg Jan Kallenbach mij om een onderzoek te doen naar het oorspronkelijke curriculum van Mas Oyama. Ik had hem toegezegd dit te doen na mijn pensioen in 2025. Die belofte vormt nu een belangrijk onderdeel van mijn huidige Bushidō. Het is geen technisch project, maar een historische en pedagogische zoektocht naar: de bronnen van Kyokushin, de structuur die Oyama voor ogen had, de verbinding tussen vorm, inhoud en geest, en de manier waarop dit curriculum zich in het Westen heeft ontwikkeld. Dit onderzoek is voor mij een manier om iets terug te geven aan de lijn van leraren die mij gevormd hebben, en om een bijdrage te leveren aan de toekomst van Kyokushin.
The person who would pursue the true nature of the martial arts cannot hope to understand what he is doing if he is concerned with which training methods are progressive and which are old-fashioned, for the only method is to throw oneself into the martial arts with total devotion and to cultivate both one's body and one's ki. Kenichi Sawai
De huidige fase: inzicht, overdracht en richting
Sinds mijn terugkeer bij Budokai Vleesenbeek richt mijn Bushidō zich steeds meer op:
inzicht: begrijpen wat Kyokushin en Taiki‑Ken in essentie zijn, overdracht: kennis en ervaring delen op een manier die anderen laat groeien,
leiderschap: richting geven, structureren, begeleiden en inspireren,
onderzoek: het reconstrueren van Oyama’s oorspronkelijke curriculum.
Mijn motto Je bent nooit te oud om te leren is in deze fase niet alleen mijn eigen overtuiging, maar ook een boodschap die ik doorgeef aan anderen. Het is de kern van mijn rol als mentor: groei is altijd mogelijk, op elke leeftijd, op elk niveau. Periode IV is daarmee de fase van intellectueel meesterschap: een periode waarin mijn ervaring, kennis en inzicht samenkomen in het begeleiden van anderen, het verdiepen van mijn eigen begrip en het bijdragen aan de ontwikkeling van Budō in Nederland. Het is geen eindpunt, maar een richting. Een weg waarop mijn Bushidō en mijn Ikigai volledig samenvallen.mentor: groei is altijd mogelijk, op elke leeftijd, op elk niveau.
Jaap Kooman - コ オ マ ン . ジ ャ ア
Niets is Onmogelijk